Foto: Bas Dekkers

Goed doen

  Column

Ik heb een zwak voor vrouwen. En voor baby's. En voor vrouwen met baby's. Ik heb geen kinderen of een vrouw, maar als ik over straat loop en ik zie een persoon die valt in één van die twee categorieën, welt er een "aaah-wat-lief" gevoel in mij op. Vooral bij de baby-categorie.

Nu heb ik wel méér zwakheden, dat geef ik eerlijk toe. Dat is precies de reden waarom ik lid ben van vele goede doelen als donateur. Ik heb er nu acht: van zielige hondjes, enge ziektes, manke koeien tot kindjes met een hongerbuikje, vliegjes rond het hoofd en een leeg etensschaaltje in het handje. Toen ik op een zonnige dag op straat liep richting de trein, onder het bollendak, werd ik voor de zoveelste keer aangesproken om donateur te worden voor een goed doel. Het mooie, slanke meisje gebruikte (of misbruikte) haar donkere ogen om mij te overreden.

Het werd een geanimeerd gesprek, beginnend met de gebruikelijke koetjes, kalfjes en andere runderen, om later over te gaan in 'serious business'. In sommige landen hebben kinderen geen onderwijs. Vrouwen zonder opleiding komen er nooit aan de bak. Of ik hun project wilde steunen om kindertjes een toekomst wilde geven. Ik weet niet waar ik voor viel: de arme kinderen op de foto, de donkerharige beeldschone in de getoonde documentatie of de spannende ogen van het meisje dat me aansprak. Ik werd lid. Had ik me weer laten ompraten. Ik wist het. Zegt dat iets over mij? Maar wellicht ook over dat er zo ongelooflijk veel gecollecteerd wordt?

Bas Dekkers

Meer berichten